|
Lekker bevallen in Slowakije
Auteur:Miquel Ekkelenkamp, arts microbioloog en schrijver Gepubliceerd in Medisch Contact 25 februari 2011 66 nr.8
In Nederland hebben we bedacht dat we qua kwaliteit van verloskundige zorg zo’n beetje het beroerdst presteren van heel Europa. Er is namelijk een Europees rapport, ‘Peristat’, dat er niet om liegt. Qua perinatale sterfte doen we het twee keer slechter dan de Belgen, en dat wil wat zeggen, want bij de Belgen is het ook een puinhoop: zij doen het twee keer slechter dan de Slowaken.
Gelooft u dat?
Veel mensen wel. Het bericht ‘Nederland heeft vergeleken met andere Europese landen een hoge perinatale sterfte’ kom je overal tegen. Zelden of nooit wordt het genuanceerd met ‘voorgaande aanname berust op gegevens bijeengebracht in verschillende landen door verschillende mensen op verschillende wijzen, zonder controles om de kwaliteit van de dataverzamelingen met elkaar te vergelijken want dat kan helemaal niet met geanonimiseerde data’. Toegegeven, deze toevoeging maakt niet de meest pakkende krantenkop. Uit het Peristat-rapport hebben we in Nederland de conclusie getrokken dat onze perinatale sterfte met een derde verlaagd kan worden, en daarom gaat ons hele verloskundige systeem op de schop. Minister Schippers zegt 30 procent sterftereductie voor elkaar te zullen krijgen met zogenaamde ‘geboortecentra’, grote afdelingen die 24 uur per dag gynaecologen in huis hebben.
Gezien de heisa en het gedoe is het onbegrijpelijk dat niemand zich drukker maakt over de betrouwbaarheid van de Peristat-gegevens. Alle landen zijn in het rapport op een grote hoop gegooid, alsof dat zomaar kan. Nemen wij bijvoorbeeld voetstoots aan dat de Griekse staat – die jarenlang naliet haar defensie-uitgaven op te schrijven, en daardoor vorig jaar bijna failliet ging – echt elk doodgeboren kind registreert, net zo goed als wij dat doen? Waarom zou ze dat in vredesnaam willen?
Laten we teruggaan naar het rapport zelf. Het is bijzonder lijvig, maar de omvang komt niet voor rekening van het onderdeel ‘methoden van dataverzameling’. Dit is juist weer uiterst summier. Het weinige wat je eruit leert, is dat in bijna alle landen de sterftecijfers zijn verkregen door bestanden van de burgerlijke stand te combineren met factureringsgegevens van ziekenhuizen. Heb je als ouder geen behoefte op het gemeentehuis te melden dat je kind dood is geboren bij 26 weken zwangerschap en je arts zet het niet op de rekening (of je hebt sowieso geen ziekenhuis gezien), dan telt het sterfgeval dus niet mee in de statistieken. Alleen Nederland kent een registratiesysteem met als specifiek doel om de perinatale sterfte bij te houden.
Wel staan er in de ‘methoden’ interessante details over bepaalde landen. Neem Italië: ‘Een medisch geboorteregister was in gebruik tot 1998, toen het werd opgeheven vanwege veranderingen in privacywetgeving. Later werd het opnieuw ingesteld en toevertrouwd aan het ministerie van Volksgezondheid. Dit heeft geleid tot enige organisatorische problemen en in 2003 was de dekking van de rapportage slechts 84 procent…’ Het klinkt niet meteen superbetrouwbaar. Of Duitsland:’ Het Duitse medische geboorteregister wordt voornamelijk gebruikt als basis om individuele obstetrische units te scoren op een reeks functioneringsindicatoren. Maatregelen worden genomen indien nationale targets niet worden bereikt.’ Dat zal de Duitse dokters ongetwijfeld motvieren heel nauwgezet elk sterfgeval te rapporteren.
Als we een betere positie willen op de Peristat-lijst en kennelijk willen we die – kunnen we maar een ding doen: onze epidemiologen uitzenden naar andere Europese landen om er de registraties te verzorgen. De sterftecijfers zullen er door het plafond schieten en voor je het weet heeft Nederland de laagste perinatale mortaliteit van de hele EU. |