Inloggen  
 

Interview


Womanpower in de Geboortestraat

Interview met enkele verloskundigen in het Tijdschrift voor Verloskundigen nov. 2004, 29e jaargang nummer 10, door Birgitte Tebbe.

Spil van Het Geboortecentrum Amsterdam is de verloskundige praktijk. Daaromheen cirkelen nu al een kraamcentrum, consultatiebureau, lactatiekundige praktijk, kinderdagverblijf, cursuscentrum, geboortewinkel en praktijken van masseuse en homeopaat. 1000 inschrijvingen per jaar en acht verloskundigen is niet bepaald klein. Toch staat kleinschaligheid in de organisatie voorop. Want ook de behoeften van de verloskundigen tellen mee: om het werk plezierig te houden doen zij ieder maximaal 90 bevallingen per jaar.

Wat is de geschiedenis van het Geboortecentrum?
Beatrijs: “Met Agaath Schoon ben ik in 1984 de verloskundige maatschap op de Genestetstraat gestart. In 1985 kwam Astrid Limburg bij ons werken als waarneemster. Met haar heb ik het concept voor Het Geboortecentrum uitgewerkt, geïnspireerd door wat we in Indonesië hadden gezien. Vroedvrouwen deden daar bevallingen bij hen thuis. Naast hun huis hebben ze een gebouwtje voor de prenatale zorg en de bevalling en daar liggen de vrouwen in het kraambed. Buiten is het consultatiebureau: aan een boom hangt een gewicht, waarmee de kinderen gewogen worden. En op die plek bespreken ze ook de anticonceptie. Toen dacht ik: dit is het! De vroedvrouw is de spil en daaromheen doe je alles”. Bea: “Het Geboortecentrum is in 1991 begonnen met de verloskundigenpraktijk, een klein kraambureau, een kleine winkel en een beperkt aantal cursussen. Hierna kwamen in de loop van de tijd het echobureau, het gynaecologisch spreekuur en het kinderspeelcafé. Het kraambureau groeide, evenals de winkel en het cursusaanbod. Ons eigen echobureau werd echobureau voor de hele eerstelijn en kreeg een eigen locatie, bij ons om de hoek. Ondertussen verdween het kindercafé, dit is nu het kinderdagverblijf ‘Meesenstijn’. De homeopaat, shiatsutherapeut, acupuncturiste en masseur kwamen erbij en nu is er ook een lactatiekundige”. Beatrijs: “De basis van Het Geboortecentrum is de gouden vierhoek: een verloskundige maatschap, het kraambureau, het cursuscentrum en consultatiebureau. De rest is om het geheel op te tuigen, daarmee geven we extra diensten, gemak en service aan de aanstaande en jonge ouders”.

De verloskundige praktijk vormt de spil van Het Geboortecentrum. Hoe handhaven jullie die spilfunctie?
Bea: “De verloskundigen zorgen voor de aanvoer van cliënten voor het hele centrum en zijn verantwoordelijk voor het belangrijkste moment: de bevalling. De verloskundigen hebben regelmatig contact met de andere afdelingen. Eén van de verloskundigen – Beatrijs - is de directeur. Zij bewaakt de spilfunctie. Maar de eigenlijke spil is de cliënt. We hebben één gemeenschappelijk doel: de cliënt is de eigenlijke spil waar alles om draait en wij zijn haar partner”.

Hoe werken de verloskundigen?
Bea: “In de verloskundige praktijk werken we met acht verloskundigen in verschillende kleinere teams”. Tot 32 weken ziet de zwangere vrouw maar twee vroedvrouwen. Pas daarna leert ze de andere verloskundigen van haar team kennen. We willen ernaar toe dat we vooral in teams van twee gaan werken”. Beatrijs: “We doen momenteel een experiment waarbij een aantal verloskundigen haar eigen privé-cliënten heeft. Het gaat ons vooral om service en hoe de cliënt het ervaart. De gang naar de Geboortestraat moet voor iedereen fijn en fun zijn”. Bea: “Op de spreekuren is er veel aandacht voor de persoonlijke onderwerpen en problemen. We kunnen gemakkelijk doorverwijzen naar de cursussen en de andere eigen voorzieningen”. Beatrijs: “Iedereen begint in principe thuis aan de bevalling. Pas tijdens de bevalling beslist de vrouw wat zij wil: thuis blijven of toch naar het ziekenhuis. In de zwangerschap komen de paren naar een voorlichtingsavond, waardoor iedereen zin krijgt in de bevalling. We werken veel met water. Haast iedereen neemt tijdens de ontsluiting een bad of gaat langdurig onder de douche. Tijdens de ontsluiting kunnen we sinds kort de hulp inroepen van de acupuncturiste, bijvoorbeeld voor het versterken van de weeën of voor pijnbestrijding. We gaan zoveel mogelijk mee met de vrouw als ze tijdens de bevalling naar het ziekenhuis moet”.

Wat houdt jouw functie als directeur in, Beatrijs?
Beatrijs: “Ik ben een ideeënmens en initiator. Als directeur zorg ik dat de onderliggende visie uitgedragen wordt. Ik houd het overzicht en waak erover dat iedereen in zijn kracht blijft zitten. Bij de afzonderlijke afdelingen ga ik wekelijks langs. De managers zorgen dat alles draait. Soms moet ik troubleshooten. Adjunct-directeur Netje Reezigt is mijn rechterhand: zij zorgt voor de praktische aansturing en zorgt – samen met de boekhouder - dat de boeken kloppen. Ik werk trouwens ook nog een dag in de week als verloskundige. Daarnaast schrijf ik boeken en houd ik lezingen”.

Wat is jullie visie op de verloskundige zorg?
Mary-Elliz: “We proberen vrouwen in staat te stellen op eigen kracht te baren”. Beatrijs: “Het maakt niet uit of het dan een keizersnee of kunstverlossing wordt. Als vrouwen hun volledige potentie maar benutten. Dat heeft voordelen voor de periode na de bevalling. Je hebt óók veel kracht en zelfvertrouwen nodig om een kind met liefde op te voeden. Vrouwen moeten elkaar helpen om die oerkracht aan te wakkeren. Helpen bij de bevalling is emanciperen op fysiek niveau. Autonomie zetelt namelijk niet alleen in je hoofd, maar ook in je lichaam”. Bea: “Het Geboortecentrum heeft als functie om die woman power te helpen aanboren”.

Hoe is het om als verloskundige te werken in een geboortestraat met zoveel verschillende bedrijfjes erin?
Bea: “Zeer inspirerend. De spilfunctie is voelbaar. Het gemeenschappelijk doel werkt motiverend. Never a dull moment!”.

Als we het kraambureau als voorbeeld nemen: hoe functioneert dat binnen het geheel?
Bea: “We werken op een organische manier samen. Dat wil zeggen: ieder heeft zijn eigen beroepsverantwoordelijkheid. De kraamverzorgende en de vroedvrouw zijn complementaire vriendinnen, zij moeten blind op elkaar kunnen vertrouwen en terugvallen. Het kraamcentrum heeft binnen het Geboortecentrum een belangrijke functie. Er zijn nu 38 kraamverzorgsters in dienst. Door het werk leer je elkaar goed kennen en hebben we een band met elkaar. Dat merk je tijdens de bevallingen.”

Jullie doen per kraambed drie, soms twee kraamvisites. Werkt dat goed, vinden de klanten het niet te weinig?
Mary-Elliz: “We doen een visite op de tweede, de vierde en de zevende dag. De kraamvisites duren lang en intensief. Daarnaast kunnen we feilloos op de kraamverzorgende vertrouwen. Die samenwerking maakt het geboortecentrum juist zo uniek.” Bea: “We zijn constant aanspreekbaar. Als het nodig is gaan we vaker, daar doen we niet moeilijk over. De kraamverzorgenden kennen ons goed en trekken op tijd aan de bel..”

Hoe gaan jullie om met de teleurstelling van moeders als de bevalling niet normaal verlopen is en er ingegrepen moest worden?
Mary-Elliz: “Als de voorbereiding goed is, is de kans op teleurstelling veel kleiner. Het gaat om de goede ervaring en niet om de prestatie om koste wat kost ‘natuurlijk’ te bevallen. Ingrijpen, een kunstverlossing is nu eenmaal in bepaalde gevallen onvermijdelijk. We boffen dat we momenteel in de eenentwintigste eeuw leven. De kans op afwijkingen en sterfte is in de geschiedenis nog nooit zo klein geweest. Iedereen is en blijft natuurlijk verantwoordelijk voor haar eigen ervaring, hoe een bevalling ook verloopt.
Beatrijs: We doen wat we kunnen. Als de pijn te zwaar is en het wordt teveel, is er de mogelijkheid van een ruggenprik of een injectie die de scherpe kanten van de pijn weghaalt. We proberen vrouwen te helpen om in alle opzichten heelhuids door het proces te komen. Het einde is daardoor vaak glorieus. Kracht na kruis!”.

Hoe is de werkdruk in jullie praktijk?
Beatrijs: “Omdat we ernaar streven om tijdens de bevalling bij zo veel mogelijk bij de barende vrouw te blijven, ook als ze naar het ziekenhuis wordt verwezen, kunnen de verloskundigen niet meer dan ongeveer negentig bevalling per verloskundige per jaar doen. We vinden dat zeventig bevallingen eigenlijk nog beter zou zijn. Dát is ons streven. Dan kun je nog meer rust, aandacht en kwaliteit bieden. De honorering van verloskundigen is en blijft onder de maat. Het honorarium is nog steeds schandalig laag, als je kijkt naar het aantal werkuren, de nachtelijke werkuren en de immense verantwoordelijkheid. Echt een vrouwenberoep en dus onderbetaald”.

Wat zijn de toekomstplannen voor het Geboortecentrum?
Beatrijs: “De straat wordt hopelijk binnenkort autovrij. Dan gaan we die samen met de buurtgenoten opnieuw inrichten. Misschien met een waterpomp, een brink in het midden, om het idee van een ontmoetingsplaats te versterken. Want dáár op de bankjes vindt de échte informatie-uitwisseling tussen vrouwen plaats! Verder ontwikkelen we nu het kinderwens-en moederschapsspreekuur. En… het geboortehuis komt er hopelijk aan. We willen een plek creëren waar het geweldig bevallen is. Met mooie bevalbaden en een open haard. Bevallen bij de verloskundige aan huis. Een hele knusse plek waar je een modern antwoord op pijnbestrijding kunt aanbieden. Het geboortehuis is een opstap naar de bevalling thuis, in plaats van andersom. Als je een keer in het Geboortehuis bent bevallen, ga je de tweede keer lekker thuis in je eigen bed.
Verder dromen we nog over een Spa en Wellness voor aanstaande en jonge moeders, met baden, sauna en massagemogelijkheden. Waar vrouwen kunnen ontstressen en zichzelf kunnen verwennen. Want spanning en stress staat zorgeloos zwanger worden in de weg en is de grootste oorzaak van klachten en stoornissen tijdens de zwangerschap én in het eerste jaar na de bevalling. Alle behandelingen zouden gericht moeten zijn op onthaasting en ontstressen. Het element water speelt daarbij een belangrijke rol. Daarom is een verwarmd zwembad een essentieel onderdeel van de Spa naast de sauna, turksbad, float cabine, whirlpool en rustruimte. Zwangeren en moeders moeten daar gemasseerd worden!